Niet zo ongeduldig

Ik kan niet wachten tot ik Leeuwenhart, de nieuwe roman van de Oostenrijkse schrijfster Monika Helfer in handen heb. Ik vertaalde hem al een tijd geleden, uitgeverij Wereldbibliotheek hield hem achter de hand om een gunstig moment voor publicatie af te wachten. En dat breekt nu bijna aan.

In Leeuwenhart schetst Monika Helfer het leven van haar broer Richard, een kunstschilder die op zijn dertigste een einde aan zijn leven maakte. Een ontroerend, liefdevol portret is het. Helfer verheelt niet dat haar broer een mysterie voor haar was, dat ze hem nauwelijks kende. De grote vraag die zich na zijn dood opdringt: is ze tekortgeschoten in haar liefde?

Wat ik het knapst vind aan dit boek: dat het Helfer gelukt is die centrale vraag onbeantwoord te laten. Als lezer voel je dat het verhaal nooit uit zal zijn. Hoe lang ze ook zal piekeren en dromen, de twijfel zal Helfer nooit verlaten.

Monika Helfer is een dagje ouder. Ze was begin zeventig toen ze doorbrak met haar familieroman De bagage. Nu, bij verschijning van Leeuwenhart, is ze aardig op weg naar de tachtig. Ze heeft geleefd, geliefd, gerouwd en geschreven. Ze heeft de vorm gevonden om het verhaal van haar leven te vertellen, zonder grote woorden en zonder kunstgrepen.

Onmogelijk te zeggen hoe vaak ik Leeuwenhart inmiddels gelezen heb. Voordat ik het begon te vertalen drie keer integraal, denk ik, en tijdens het werk eindeloos opnieuw, in stukjes en beetjes. Hoe vaker de zinnen door mijn handen gingen, hoe beter ik ze ging vinden. De terloopse observaties, de vanzelfsprekende dialogen. Elk woord is raak. Alsof het boek zichzelf geschreven heeft.

Zelf schrijf ik ook wel eens iets. Soms ben ik tevreden over wat er op mijn scherm verschijnt, meestal is het geworstel met een verhaal dat zich niet wil laten vertellen. Niet in de vorm waarin ik het probeer in ieder geval. Nu Leeuwenhart bijna verschijnt, denk ik: ik moet ook niet zo ongeduldig zijn, ik moet gewoon doorleven en gewoon doorschrijven. De verhalen die ertoe doen, dienen zich vanzelf aan.


Geschreven voor Boekblad.nl. Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief, of volg me op of LinkedIn.

Leeuwenhart

O, wat is dit een schitterend boek! Misschien wel de mooiste vertaalklus die ik ooit deed. Wat een voorrecht om voor de derde keer een boek van de Oostenrijkse Monika Helfer te vertalen.

In Löwenherz portretteert Helfer haar broer Richard, een dromerige, ongrijpbare figuur, een getalenteerd kunstschilder die op jonge leeftijd een einde aan zijn leven maakte. Wat was hij voor man? Wat hield hem bezig?

Voor Helfer is het schrijven van Löwenherz een zoektocht naar haar broer en een poging zich met hem te verzoenen en zich te verontschuldigen. Als oudere zus heeft ze zich altijd verantwoordelijk gevoeld voor haar broertje. Terugblikkend heeft ze het gevoel dat ze is tekortgeschoten in haar zorg en liefde voor hem.

De schrijfster maakt de dingen niet mooier dan ze zijn. Ze maakt van haar broer geen held, ze benoemt haar eigen tekortkomingen en geeft toe dat ze een heleboel niet weet over haar broer. Daarin, in die eerlijkheid, schuilt wat mij betreft de kracht van dit boek.

Na De bagage en Waar vader was is dit het slotstuk van Monika Helfers familietrilogie. En misschien wel het mooiste boek uit de reeks.

Voor de liefhebbers: nog even geduld, de vertaling verschijnt begin 2024 bij @uitgeverijnwadam

#monikahelfer #vertaling #Duits #oostenrijk #literatuur #bookstagram

Het leed dat oorlog brengt

Hij groeit op in armoede, als onwettig kind van een dienstmeid. De slimste jongen uit de streek is hij, een veelbelovende knaap. Maar kort voor hij eindexamen zal doen, wordt hij onder de wapens geroepen en voor Hitler naar het oostfront gestuurd. Hij keert terug met een houten been en een trauma en zal de rest van zijn leven zwijgen over zijn ervaringen aan het front. Hij trekt zich terug tussen zijn boeken.

In Waar vader was schetst Monika Helfer (1947) een portret van haar vader, een zachtmoedige, maar onbereikbare man. Na de oorlog, kort voor haar geboorte, is hij beheerder is geworden van een herstellingsoord voor oorlogsslachtoffers. Hij doet zijn best als kostwinner, echtgenoot en vader, maar zijn trauma laat zich niet verdringen. Zijn gezin spat uiteen en aan de droomjeugd van de kleine Monika en haar zusjes komt een bruut einde.

Tientallen boeken, toneelstukken en hoorspelen schreef Monika Helfer voor ze zich aan haar eigen familiegeschiedenis zou wagen. Misschien moest ze moed verzamelen, misschien moest ze de toon nog vinden om haar verhaal recht te doen.

Thuis in Oostenrijk werd Helfer haar hele carrière al gewaardeerd, maar echt doorbreken deed ze pas toen ze de zeventig gepasseerd was. Toen in 2020 haar eerste familieboek goed begon te lopen, kocht Nieuw Amsterdam de vertaalrechten. Ik was de gelukkige vertaler die met De bagage aan de slag mocht – en die nog gelukkiger werd toen alle lovende recensies verschenen en het boek een derde druk haalde.

Deze week verscheen Waar vader was, waarin Helfer voortschrijft aan het verhaal uit De bagage. In Duitsland en Oostenrijk was het een groot succes, zowel in de pers als bij de jury’s en in de boekhandels. Maar wat dat zegt over de kansen in Nederland? Hoeveel buitenlandse succesboeken zijn er hier al niet geflopt? Hoeveel “tweede boeken” vallen er niet tussen de bureaus op de krantenredacties? Het boekenaanbod is zo overweldigend, het koor van nieuwe, veelbelovende stemmen is zo groot.

Het was een eer om na De bagage ook Waar vader was te mogen vertalen, dit boek waar Monika Helfer haar hele leven naartoe moet hebben geschreven. Of het een bestseller wordt, kan me niet veel schelen. Als het maar niet onopgemerkt blijft. Geeft u het alstublieft een mooie plek in uw winkel, beste boekhandelaar. Als eerbetoon aan het schrijverschap van Monika Helfer en als herinnering aan de wereld: zo groot is het leed dat oorlog brengt.


Geschreven voor Boekblad.nl. Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief, of volg me op Twitter of LinkedIn.

Hoe soepel moet ik het maken?

O, wat is vertalen toch heerlijk onmogelijk. Sinds een week of wat werk ik aan Vati, het nieuwe boek van Monika Helfer. Een dun, overzichtelijk werkje in een redelijk kale stijl, net als Helfers vorige boek, De bagage. Niks geen poëtische beeldspraken, niks geen neologismen, niks geen woordspel.

Gewoon een levensverhaal, zoals iemand je dat aan de keukentafel zou vertellen terwijl jij pinda’s zit te doppen en zo nu en dan instemmend humt en knikt. Het is een aangrijpend verhaal. ‘En wat gebeurde er toen? En toen? En toen?’

In haar haast om te vertellen, stapelt Helfer regelmatig bijzin op bijzin op bijzin, en maakt ze bijna kinderlijke sliertzinnen met ‘und, und, und’. Die haast, die ademloosheid moet straks ook in mijn vertaling zitten. Maar hoe ongebruikelijk, hoe “gemarkeerd” is Helfers taalgebruik in het Duits, het Oostenrijks of het Vorarlbergisch, de taal van haar geboortestreek? En áls het typisch Helferiaans is, hoe “raar”, hoe afwijkend kan ik mijn vertaling dan maken? Krijg ik straks de kritiek dat ik geen “soepele vertaling” heb afgeleverd?

Ter oriëntatie lees ik zo nu en dan een kwartiertje in The discomfort of evening, de vertaling van Marieke Lucas Rijnevelds De avond is ongemak. Vertaler Michele Hutchison heeft zich fikse vrijheden gepermitteerd. Ze heeft het eigenzinnige, oudtestamentische, weerbarstige en soms slordige taalgebruik van de auteur rechtgetrokken, genormaliseerd en gecorrigeerd. ‘Und und und? Nou en? Zo zeggen wij dat niet,’ zou Hutchison zeggen. ‘Hup, eruit, de helft van die und-jes.’

Bij sommige van Hutchisons ingrepen valt mijn mond open van verbazing. Maar het nieuws dat de vertaling Rijneveld de Booker Prize heeft opgeleverd en een heleboel verrukte, ontroerde lezers in het Engelse taalgebied, is ook mij niet ontgaan. The discomfort of evening mag stilistisch een vlakker boek zijn dan De avond is ongemak, het werkt wel.

Daar hou ik me aan vast wanneer ik weer eens zit te twijfelen tussen hoofd- en bijzinsconstructie, tussen punt, komma en puntkomma en tussen verbindingen met en zonder ‘en’. Ik kan eindeloos wikken en wegen over zinsconstructies – en dat is het heerlijkste wat er is. Maar de lezer zal het boek straks afrekenen op het verhaal. Op wat er ‘en toen, en toen, en toen’ gebeurde.


Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Oorlog, liefde en geteisem: over de vertaling van De bagage van Monika Helfer

De roman De bagage van de Oostenrijkse Monika Helfer was eerder dit jaar in het Duitse taalgebied een grote hit. Lezers en recensenten raakten in vervoering door deze kleine, ongepolijste familiegeschiedenis. Vertaler Ralph Aarnout verklaart het succes van het boek – en de titel.

In een uithoek van een uithoek leven ze. Het is aan het begin van de twintigste eeuw. De familie Moosbrugger woont in een eenzaam boerderijtje aan het einde een afgelegen bergdal, aan de rand van het Habsburgse rijk. Vader Josef en moeder Maria en hun kinderen mijden zelfs de bewoners van het dichtstbijzijnde dorpje. Twee koeien, een geit en een stukje land, meer hebben ze niet. De mensen in de grote stad hebben elektriciteit, rijke boeren in de omgeving hebben stromend water. Zij, de Moosbruggers, halen hun water uit een put, een flink eind van hun huis, in een stuk land dat niet eens van hen is.

Onvervulde liefde

In haar roman De bagage schetst de Oostenrijkse schrijfster Monika Helfer (1947) het harde bestaan van haar grootouders, haar moeder en haar ooms en tantes. Wat ze van hen weet, heeft ze gehoord van de ooms en tantes bij wie ze opgroeide na het overlijden van haar moeder. In veelal korte, spreektalige zinnen doet Helfer verslag. Het verhaal zit haar hoog, dat merk je aan alles, haar verteldrang is groter dan haar behoefte om aan verhaalconventies te voldoen. Hortend en stotend, heen en weer schietend in de tijd vertelt ze. Over de grote, onvervulde liefde van haar grootmoeder Maria. Over de onvoorwaardelijke liefde van de kinderen voor hun ouders. Over hoe de familie Moosbrugger met de nek wordt aangekeken, en voor ‘bagage’ wordt uitgemaakt.

‘De bagage’, daar heb je de titel van de roman. Laat ik het eerlijk toegeven: toen ik begin dit jaar het verzoek kreeg dit boek te vertalen, wist ik niet dat het Duitse ‘Bagage’ een andere betekenis heeft dan ons Nederlandse ‘bagage’. Ik las Helfers boek met bewondering en stelde verbaasd vast dat het woord ‘Bagage’ consequent als beeldspraak werd gebruikt. Maar ik vond het een treffend beeld voor een familie die als een stelletje lastpakken werd beschouwd, dus maakte ik er verder weinig gedachten aan vuil.

Tot ik ontdekte dat die beeldspraak in het Duits gewoon de eerste en voornaamste betekenis van het woord ‘Bagage’ is. Geteisem, uitschot, de mensen die je tot last zijn – daar denkt een Duitser aan bij ‘Bagage’. Ooit, lang geleden, had het woord dezelfde betekenis als het nu voor ons heeft: koffers en tassen. Datgene wat reizigers met zich meeslepen – en waar men in het Duits inmiddels het woord ‘Gepäck’ voor heeft. Maar ik ontdekte ook dat de betekenis in het Nederlands precies de andere kant op is geschoven. Waar wij Nederlanders bij ‘bagage’ ooit, lang geleden, aan tuig en geteisem dachten, denken we inmiddels vooral aan koffers en rugzakken – en, tot voor kort, aan het overhevelen van overgewicht van ruim- naar handbagage.

‘Hé, stuk tuig!’

Ik had mijn ontdekking nog niet gedaan, of de twijfel sloeg toe. Moest ik ‘bagage’ dan vertalen als ‘geteisem’ of ‘tuig’? Zouden Nederlandse lezers zich storen aan een dialoog waarin een van de zoons van de familie wordt aangesproken met ‘Hé, jij daar, van de bagage’? ‘Hé, stuk tuig,’ klonk toch veel natuurlijker! Ja, zeker. Maar hoe moest ik dan die passage vertalen over de herkomst van die scheldnaam? In het begin van de roman legt Helfer uit dat die niet uit de lucht was komen vallen; haar voorvaders hadden als ‘lastdragers’ gewerkt, als menselijke pakezels voor boeren in de streek. In die passage kon ik toch moeilijk gaan zitten knoeien?

Na lang twijfelen besloot ik ‘Bagage’ “gewoon” te vertalen als ‘bagage’. Die term zou hier en daar wellicht on-Nederlands overkomen, maar écht overtuigende alternatieven waren er niet. En ik ging van het Bregenzer Wald ook geen Hoge Veluwe maken, van Schnaps geen jenever en van de keizer van het Habsburgse Rijk geen premier Rutte. Ik maakte dan wel een Nederlandstalige versie, het blééf natuurlijk een Oostenrijks boek, waarin best een aantal exotische begrippen mochten voorkomen. En de figuurlijke betekenis van die term ‘bagage’ zou de Nederlandse lezer snel genoeg duidelijk zijn. Zoals die mij in mijn aanvankelijke argeloosheid ook meteen duidelijk was geweest. Bagage bleef dus bagage. Een voorbeeld:

Das ist ja schon öfter gesagt worden. Über uns. Im Dorf haben sie, also nicht alle, aber einige schon, die haben gedacht, die Bagage, die da oben, das sind Halbwilde, gedacht haben das wahrscheinlich eh alle, aber einige haben es auch gesagt, wir waren ja fast die Letzten, die keinen elektrischen Strom gehabt haben und kein Wasser im Haus, nur einen Brunnen, und zu dem musste man zwanzig Meter gehen und der gehörte uns nicht einmal.

Dat werd wel vaker gezegd. Over ons. In het dorp dachten ze, niet iedereen, maar sommige mensen wel, in het dorp dachten ze: die kinderen van de bagage, dat zijn halve wilden, ze dachten het waarschijnlijk allemaal, maar sommige mensen zeiden het ook hardop, we waren immers ook bijna de laatsten die nog elektriciteit en stromend water moesten krijgen, we hadden alleen een put, twintig meter van ons huis, die niet eens van ons was.

Zo leiden ogenschijnlijk eenvoudige kwesties soms tot enorme hoofdbrekens voor vertalers. Wat mij betreft schuilt daarin precies de schoonheid van het vertaalvak: je weegt ieder woord als een drugsrunner zijn handelswaar, draait iedere zinsconstructie drie keer om en probeert je van iedere nuanceverschuiving bewust te zijn, om je vertaling even overtuigend – en in dit geval: even ongedwongen, even ongepolijst – te maken als het origineel.

De last van familiegeschiedenis

Die Bagage is in het Duitse taalgebied een groot succes. Recensenten en lezers zijn lyrisch, het boek stond wekenlang bovenaan in de bestsellerlijsten. Niet omdat de naam Monika Helfer zo bekend is; zeker buiten Oostenrijk doet haar naam bij weinigen een belletje rinkelen. In De bagage vertelt Helfer een herkenbaar, invoelbaar verhaal over ouders en kinderen, over de kwetsbare positie van vrouwen en kinderen en over de onmogelijkheid je aan je (familie)geschiedenis te onttrekken. Ze schrijft over universele, tijdloze thema’s. Maar de kracht van dit boek schuilt in de toon, het onopgesmukte, de oprechtheid. Zodra Helfer begint te vertellen, ben je verkocht. Je voelt dat dit verhaal haar hoog zat, dat ze het móest schrijven. Dat ze heen en weer schiet in de tijd, dat haar zinnen soms houterig zijn en soms lyrisch, kwaad of weemoedig, dat zijn geen zorgvuldig afgewogen stilistische trucs. Het is haar allemaal overkomen, en dat merk je:

Irgendwann sagte ich zu ihr, da war ich acht und war schon voll der Empörung über unsere Familie, weil ich schon so viele Geschichten gehört hatte, über die Brüder meiner Mutter vor allem, von denen, außer dem Hermann, keiner so war wie andere Männer, da sagte ich zu meiner Mutter: »Niemand redet so wie du! Immer redest du so, wie niemand redet! Warum redest du so, wie niemand sonst redet!«

Op een dag zei ik tegen haar, ik was nog maar acht, maar ik kon me al enorm over onze familie opwinden, omdat ik al zo veel verhalen had gehoord, vooral over de broers van mijn moeder, van wie er, op Hermann na, niet een zo was als de andere mannen, ik zei toen tegen mijn moeder: ‘Geen mens praat zoals jij! Jij praat altijd anders dan alle anderen! Waarom moet jij anders praten dan alle anderen!’

Als ik mijn werk goed heb gedaan, is De bagage even onopgesmukt en ongepolijst geworden als Die Bagage, en leest het ondanks al mijn gepuzzel en mijn geschuif met woorden als een verhaal dat zonder al te veel denkwerk op papier is geslingerd. Als een verhaal waar niet eindeloos aan is gevijld en geslepen, maar waar de auteur zich eindelijk van heeft kunnen ontdoen. Eindelijk heeft ze de last van haar familiegeschiedenis kunnen afleggen. De bagage die ze haar hele leven met zich heeft meegesleept.

 


Geschreven voor de website van boekhandel Athenaeum, Amsterdam.