Der traurige Gast, Matthias Nawrat

Wanneer ben je ergens thuis? Hoeveel vervreemding kan een mens verdragen? Die vragen staan centraal in Der Traurige Gast (Rowohlt, 2019) van de Pools-Duitse schrijver Matthias Nawrat. Een moderne klassieker over emigratie, de grote stad en het nieuwe Europa.

Met steun van het Nederlands Letterenfonds vertaalde ik enkele fragmenten uit deze roman en schreef er een leesrapport bij.

De vertaalrechten van deze lovend onthaalde en met de European Literature Prize bekroonde roman zijn nog beschikbaar. Als u belangstelling heeft, kunt u contact opnemen met het ILB.

Enkele persstemmen over Der Traurige Gast:

“Ein Roman von großer literarischer Kraft und philosophischer Tiefe … zutiefst beeindruckend.” – FAZ.

“Ein großes Buch.” – Welt am Sonntag

“Ein literarisches Glanzstück.” – Deutschlandfunk Kultur

Lees ook de blogpost ‘Vertalen uit dweepzucht‘, die ik schreef toen ik hoorde dat ik deze fragmentvertaling kon maken.

Mijn goede voornemen: onderhandelen

Op een woensdagmiddag dat ik het goed met mezelf voorhad, deed ik het gewoon. In een impuls. Ik had er eigenlijk het geld niet voor, maar de zon scheen, het belletje van de winkel tingelde vrolijk en ik zag meteen bij binnenkomst al allemaal belangrijke en begerenswaardige boeken staan.

Uit concurrentieoverwegingen ga ik niet zeggen hoeveel ik heb uitgegeven. Gewoon: het complete bedrag aan thuiskopiegelden, reprorechtvergoedingen en leenrechtgelden dat de Stiching Lira mij eerder die week had overgemaakt. Of nou ja, een of twee tientjes meer misschien.

Een ander krijgt rond deze tijd een kerstpakket van zijn baas, dacht ik toen ik met mijn stapeltje boeken naar buiten stapte. Ik had het afgelopen jaar minder verdiend dan het minimumloon, maar als zzp’er moest je jezelf af en toe verwennen. Toch? En was een investering in de boekhandel niet ook een soort pensioenpremie als je in het boekenvak werkte?

Ik probeer mezelf hier geen schouderklopjes te geven hoor, ik ken genoeg collega’s die veel verder gaan in hun toewijding aan de goede zaak dan ik. Die veel meer van hun tijd, hun gezondheid en hun geld in hun werk steken. Ik bewonder hun inzet en ben er op een rare manier zelfs jaloers op. Maar ik zie het ook hoofdschuddend aan.

De onbaatzuchtigheid van veel vertalers is mooi en nobel. Maar hoe houdbaar is een systeem dat zichzelf met broekzak-vestzakfinanciering en zelfopoffering in de lucht houdt? Een kerstgratificatie uit eigen zak is tot daar aan toe. Maar nooit vakantie? Structureel overwerken achter een bureau dat een arboarts direct zou afkeuren? Jaar in jaar uit werken tegen hetzelfde tarief? Zonder meerprijs een vertaling omgooien, als je uitgever ontdekt dat hij je de verkeerde versie van een manuscript heeft toegestuurd?

Niet lang nadat ik was thuisgekomen met mijn zelfgekochte kerstpakket, bereikte mij het bericht dat de Auteursbond en de verzamelde literaire uitgevers een nieuw minimumtarief voor vertalingen waren overeengekomen. Per 1 januari 2022 krijg ik, uitgaande van een modelcontract, niet langer 6,8 maar 7,0 cent per woord. Bij een kloeke roman, zeg: drie à vier maanden fulltime werk, levert me dat zomaar honderdvijftig euro extra op. Hatsiekiedee!

Nee, laat ik niet cynisch doen. Ik was blij met het nieuws en ik ben de onderhandelaars van de Auteursbond dankbaar voor hun werk. Die opslag van 0,2 cent is ook niet de enige verbetering in het modelcontract. En toch zonk de moed me in de schoenen. Dat was dus het wenkend perspectief voor het komende jaar, bij oplopende inflatie en alle verhalen over overwerkte collega’s: er niet al te veel op achteruit gaan.

Vertalen is het heerlijkste beroep dat er is en ik wil niet te vaak piepen over de ondermaatse betaling, want daar word ik maar chagrijnig van. Ik red me wel. Mijn vrouw heeft een vaste baan en we wonen toevallig voordelig. Maar voor de vertaalbranche en de rest van het boekenvak is die zelfopoffering op den duur niet houdbaar.

Mijn goede voornemen voor 2022 is daarom: onderhandelen. Niet meer zomaar tevreden zijn als me een modelcontract wordt aangeboden, maar bij elke gelegenheid duidelijk maken dat de schoorsteen óók van het modelcontract niet kan roken. Ik hoop dat mijn collega-vertalers dat ook (blijven) doen en dat de uitgevers zullen inzien dat we niet alleen voor onszelf meer vragen, altijd weer meer, maar ook voor elkaar en voor de toekomst van het boekenvak. Want daar doen we het immers allemaal voor.


Foto afkomstig van pxfuel.com. Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief, of volg me op Twitter of LinkedIn.

Puh. Bezoekersstatistieken.

Er ligt een rode ordner op mijn bureau. Een dikke rode ordner. Een vreselijke, angstaanjagende ordner. Ik moet iets met die ordner. Ik moet bonnetjes sorteren en invoeren. Ik moet mijn urenregistratie bijwerken, met terugwerkende kracht sinds april. Ik moet facturen op volgorde zetten en btw-totalen berekenen.

Mijn bloeddruk stijgt en ik krijg het zweet in mijn handen als ik aan die ordner denk, en aan de papieren die erin zitten. Een brief van de belastingdienst uit augustus die ik niet snap. Een “schikkingsvoorstel” van het Legal Department van het ANP. Niks schikking en niks voorstel natuurlijk, het is een boete van vierhonderdvijftig euro voor het ongeautoriseerd gebruik van een auteursrechtelijk beschermde foto. Een lullig voetbalplaatje dat ik van de site van het AD had gehaald om een blogpost mee op te leuken. Vierhonderdvijftig euro. Meer dan 6.500 woorden vertalen tegen modelcontract-tarief.

Mag je een boete opvoeren als bedrijfskosten? Is deze blog een bedrijfsactiviteit, dit “dagboek” over dat werk van mij, dat eigenlijk gewoon een hobby moet heten, als je ziet hoeveel geld het me oplevert? En als dit blog geen bedrijfsactiviteit is, waarom zit ik dan zo vaak naar de bezoekersstatistieken te kijken? Waarom “jatte” ik dan een foto, om mijn berichtje mee op te leuken? Om bezoekers te trekken, toch zeker? En waarom zit ik dan steeds zo te dubben over sexy koppen, sappige tweets en posts, en likes, shares en retweets?

Het is weer december, het is tijd voor mijn administratie en het is tijd voor goede voornemens en nieuwe plannen. Ik heb besloten dat ik vaak genoeg heb geschreven dat je van vertalen niet kunt leven, maar dat het wel het heerlijkste werk is dat er bestaat. En ik heb besloten dat ik me minder druk ga maken over likes, shares en bezoekersstatistieken. Puh, cijfers en tabellen. Alsof die ook maar iets van waarde uitdrukken.

Van de Auteursbond heb ik een beurs gekregen om een jaar lang brieven te schrijven aan Ahmed Aboutaleb, de burgemeester van Rotterdam. Omdat die in zijn vrije tijd poëzie vertaalt en omdat hij een sociaaldemocraat is en alles wat ik over grotestadsromans, de gemengde school van mijn kinderen en het belang van grensoverschrijdende literatuur vast razend interessant vindt. Haha. Ik heb hem nog niet gewaarschuwd, maar ik ga hem komende jaar – als dat coronatechnisch allemaal kan – vanuit Rotterdamse cafés en koffiehuizen brieven zitten schrijven. Heel misschien publiceer ik hier af en toe een fragmentje uit zo’n brief, maar misschien doe ik het ook lekker niet. Puh. Bezoekersstatistieken.


Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

De rede is geduldig

Vertalen is het heerlijkste wat er is, maar het is jammer dat je er zoveel leeswerk aan hebt. Ja, serieus! Na amper een dag werken dansen de letters en de ideeën me vaak voor ogen en gaat het besturingssysteem in mijn bovenkamer in de sluimerstand. Van lezen komt in de avonduren bar weinig meer terecht.

Ondanks mijn chronische leestijdgebrek blijf ik wel boeken kopen. Omdat boeken uiteindelijk… Omdat je zonder boeken… Ik bedoel: de boekhandels en de uitgeverijen…  Ik bedoel: wat kan een mens beter doen dan lezen? En we moeten toch optimistisch blijven?

Mijn laatste aankoop is de nieuwe vertaling van Stefan Zweigs Erasmus-biografie. Een van Zweigs mooiste boeken is na zestig jaar eindelijk weer in het Nederlands beschikbaar, in wat mij een mooie, toegankelijke vertaling lijkt. De maker, Bart van Kreel, publiceerde zijn werk eerder in eigen beheer, maar vond medestanders bij de Zweig-fans van uitgeverij IJzer.

Triomf en tragiek van Erasmus van Rotterdam heet het boek. Ik noemde het zonet een biografie, maar eigenlijk mag het niet zo heten. Zweig laat weliswaar Erasmus’ hele leven de revue passeren, maar stiekem grijpt hij diens levensverhaal vooral aan om een pleidooi te houden voor het humanisme en voor een supranationaal Europees cultuurbegrip. Wat de goede verstaander begreep als een pleidooi tegen onverdraagzaamheid, tegen het nationaalsocialisme.

Hitler was nog niet eens aan de macht toen Zweig aan zijn Erasmus-boek begon. Voor wie niet wegkeek, tekende zich toen, begin jaren dertig, de grote Europese catastrofe al af. Zweig voelde het haarscherp aan: zoals Erasmus’ redelijkheid het had afgelegd tegen het orthodoxe geloof, zou zijn eigen redelijkheid het afleggen tegen de blinde haat van het nationaalsocialisme.

En toch is zijn Erasmus-‘biografie’ een optimistisch boek. Dat vind ik steeds weer het fascinerende bij Zweig: hij doorziet de ellende en de verdorvenheid, hij sluit zijn ogen nergens voor, maar hij blijft kalm en optimistisch. Hij blijft geloven in het geschreven woord.

Soms stemt het mij droevig dat ik zo weinig aan lezen toekom. Vaak lopen de rillingen over mijn rug als ik de krant lees. Om over de rellende meutes op de Coolsingel  – voor de deur van een van de mooiste boekwinkels van het land  nota bene – nog maar te zwijgen.

Het leven is een tranendal en de wereld een troosteloos oord. Maar zolang Zweig in vertaling blijft verschijnen, is er hoop, denk ik. Met dank aan Bart van Kreel en uitgeverij IJzer dus. Uit Triomf en tragiek van Erasmus van Rotterdam: ‘De rede, altijd stil en geduldig, kan wachten en volharden. Soms, als anderen dronken razen en tieren, moet zij er stom het zwijgen toe doen. Maar haar tijd komt, haar tijd komt altijd weer.’


Met je gender in een hokje

Vult u online enquêtes in? Of uw nieuwe koelkast netjes is afgeleverd? Of uw pizza  lekker was? Hoe uw vakantie u beviel, op een schaal van één tot zeven?

“Invullen duurt hooguit vijf minuten,” lees je vaak in de hengelmails van enquêteurs. Ik heb het een tijdje als een sport gezien om ze dan in tweeënhalve minuut in te vullen. Maar omdat alle minuten tellen als je met je telefoon dreigt te vergroeien, heb ik besloten ze allemaal weg te swipen – tenzij ze het algemeen belang dienen.

Sinds Gormangate krabben het boekenvak en de vertalerij zich op het achterhoofd. Ja, verdraaid, inclusie en diversiteit, daar moeten we wat mee. Maar wat? En hoe?

Die vragen stelt men zich ook bij KVB Boekwerk, het kenniscentrum voor de boekenbranche. Via de Auteursbond ging er een mail rond. Was ik als vertaler genegen mijn ideeën te geven over diversiteit en inclusie in de Nederlandse boekenmarkt? Invullen duurde “ongeveer tien minuten”.

Al zou het een half uur duren, dacht ik, dit was interessante materie. Ik schoof mijn werk aan de kant en opende de vragenlijst. Ik had alle debatten dan wel gevolgd, maar wat vond ik zélf eigenlijk?

Met welk gender identificeerde ik me het meest? Waar waren mijn ouders en mijn grootouders geboren? Met de openingsvragen wist ik wel raad; ik pas probleemloos in een heleboel hokjes. Maar algauw werden de vragen moeilijker. Vond ik het belangrijk dat het werk dat ik vertaalde ging over achtergronden en identiteiten die anders waren dan de mijne? En hoe belangrijk waren de achtergrond en identiteit van de auteur die ik vertaalde?

Steeds weer had ik de neiging “onbelangrijk” in te vullen. Er moesten toch gewoon goeie, urgente en maatschappelijk relevante boeken verschijnen? Identiteiten en achtergronden van auteurs en vertalers deden er toch niet toe? Of was dat te gemakkelijk om te zeggen voor een cisgender, heteroseksuele, witte man van begin veertig? Waar hield ruimdenkendheid op en waar begon desinteresse?

Hoe meer bolletjes ik aanvinkte en rapportcijfers ik uitdeelde, hoe duizeliger en hoe wanhopiger ik werd. Wilde ik lezers met andere identiteiten “bereiken”? Was het boekenaanbod divers genoeg? Mijn antwoorden pasten niet in de vakjes, ik snapte de vragen niet, of vond – en dat nog wel het vaakst – dat ik er gewoon geen mening over kón hebben.

Er verstreken tien minuten, er verstreken twintig minuten en een half uur, en op een gegeven moment stond er ‘Bedankt voor uw deelname’ op mijn scherm, terwijl ik van plan was geweest terug te klikken om mijn antwoorden nog eens rustig door te kijken. Help! Had ik nu heel erg foute dingen gezegd?

Ach, als ik een pizza in een enquête een zes gaf, al of niet doordacht, wist de pizzabakker ook niet wat er mis was met zijn baksels, hield ik mezelf voor. Maar als honderd mensen een zes gaven, wist hij in ieder geval dat hij aan de slag moest met zijn recept. Of met zijn ingrediënten. Of met zijn oven. Of zijn pizza’s sneller moest laten bezorgen. Hoe dan ook: dat het tijd was voor actie.

Wat ik allemaal heb ingevuld? Ik weet het niet meer. Ik weet alleen dat ik mijn best heb gedaan, en dat ik blij ben dat ik de uitkomsten van de enquête niet hoef te analyseren. Laat mij maar lekker vertalen.

Zouden mijn collega’s ook zo hebben zitten worstelen? Ik ben  benieuwd, en kijk uit naar de conclusies. Ik kan me zomaar voorstellen: dat de boekenbranche een ongelofelijk witte en hoogopgeleide bubbel is en dat het hoog tijd is dat daar iets aan verandert.


Foto afkomstig van pxfuel.com. Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Straatborrel met bestsellerauteur

Wij vertalers leiden teruggetrokken levens. We lezen en we schrijven – en doen verder zo weinig mogelijk. Onze afwijzing van wat anderen ‘leven’ noemen is een eindeloze variatie op het thema ‘Nee, ik heb een mooi boek’ uit de tijd dat andere kinderen kwamen vragen of we zin hadden om buiten te spelen.

En toch loop ik in Frankfurt rond dezer dagen. Ik speel buiten. Eigenlijk had ik er helemaal geen tijd voor en zag ik er als een berg tegenop, maar ik kon een beurs krijgen voor het Frankfurt International Translators Program en mij werd van alle kanten aangeraden die kans vooral te grijpen – hoe mooi mijn boek ook was.

Dat bleek een uitstekend advies. Nog geen twee weken geleden leverde ik mijn vertaling van de nieuwe roman van Monika Helfer in bij uitgeverij Nieuw Amsterdam – en gisteren zat ik bij een lezing van Jo Lendle van Hanser, de man die Helfers kwaliteiten had gezien en haar groot had gemaakt. De “Hanser Magic” noemde hij het. Helfer was opgelucht geweest dat ze begin deze week net naast de Buchpreis had gegrepen, vertrouwde Lendle zijn publiek toe. Zelf had hij een borreltje extra moeten drinken om de teleurstelling te verwerken.

Vanaf volgende week ga ik voor uitgeverij Volt een krimi co-vertalen van Nele Neuhaus. En wie liep ik eergisteren tegen het lijf bij de stand van Ullstein, waar ik alleen maar even was langsgelopen om een leesexemplaar van het boek te bietsen? Nele Neuhaus zelf, nota bene. Oh? Werd Strasse nach nirgendwo nu ook in het Nederlands vertaald? Geweldig! Neuhaus verontschuldigde zich dat ze het niet wist. En nog voor ik háár kon vragen om een selfie, duwde ze haar man haar telefoon in handen om een foto van ons te maken. Even later stonden we bij een statafel te keuvelen als buren bij een straatborrel.

Zo rolde ik in Frankfurt van de ene verbazing in de andere. Bij de opening van de Messe bedankte de Duitse minister voor cultuur en media ‘ons’ vertalers er nadrukkelijk voor dat we tijdens de coronacrisis door waren blijven werken om de lezers een blik op de wereld buiten hun coronabubbel te blijven bieden. Wij vertalers stootten elkaar aan. Hoorden we dat goed? Zoveel eer? Ja, jeetje. Zo keken we er zelf niet altijd naar als we een deadline aan het halen waren.

Verder is mij deze week in gesprekken met collega’s uit onder meer Oezbekistan, Slovenië en Mexico duidelijk geworden hoe levendig de boekhandels- en vertaalcultuur in Nederland zijn. Zoveel boeken om uit te kiezen, in zoveel boekhandels en bibliotheken. Zoveel opdrachten voor vertalers, zulke geweldige stimuleringsprogramma’s. Lichtelijk onnozel dat ik er nooit eerder serieus bij had stilgestaan hoe bijzonder het allemaal is.

Ik heb het mooiste beroep van de wereld, dat is mij deze week eens te meer duidelijk geworden, en het is een voorrecht het in Nederland te kunnen uitoefenen. Maar ik heb ook geleerd dat ik me zo nu en dan toch even van mijn boeken moet losrukken. De beurs van Leipzig is eind maart, heb ik me laten vertellen. Ik zal eens kijken of ze daar ook een vertalersprogramma hebben.


Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.