Straatborrel met bestsellerauteur

Wij vertalers leiden teruggetrokken levens. We lezen en we schrijven – en doen verder zo weinig mogelijk. Onze afwijzing van wat anderen ‘leven’ noemen is een eindeloze variatie op het thema ‘Nee, ik heb een mooi boek’ uit de tijd dat andere kinderen kwamen vragen of we zin hadden om buiten te spelen.

En toch loop ik in Frankfurt rond dezer dagen. Ik speel buiten. Eigenlijk had ik er helemaal geen tijd voor en zag ik er als een berg tegenop, maar ik kon een beurs krijgen voor het Frankfurt International Translators Program en mij werd van alle kanten aangeraden die kans vooral te grijpen – hoe mooi mijn boek ook was.

Dat bleek een uitstekend advies. Nog geen twee weken geleden leverde ik mijn vertaling van de nieuwe roman van Monika Helfer in bij uitgeverij Nieuw Amsterdam – en gisteren zat ik bij een lezing van Jo Lendle van Hanser, de man die Helfers kwaliteiten had gezien en haar groot had gemaakt. De “Hanser Magic” noemde hij het. Helfer was opgelucht geweest dat ze begin deze week net naast de Buchpreis had gegrepen, vertrouwde Lendle zijn publiek toe. Zelf had hij een borreltje extra moeten drinken om de teleurstelling te verwerken.

Vanaf volgende week ga ik voor uitgeverij Volt een krimi co-vertalen van Nele Neuhaus. En wie liep ik eergisteren tegen het lijf bij de stand van Ullstein, waar ik alleen maar even was langsgelopen om een leesexemplaar van het boek te bietsen? Nele Neuhaus zelf, nota bene. Oh? Werd Strasse nach nirgendwo nu ook in het Nederlands vertaald? Geweldig! Neuhaus verontschuldigde zich dat ze het niet wist. En nog voor ik háár kon vragen om een selfie, duwde ze haar man haar telefoon in handen om een foto van ons te maken. Even later stonden we bij een statafel te keuvelen als buren bij een straatborrel.

Zo rolde ik in Frankfurt van de ene verbazing in de andere. Bij de opening van de Messe bedankte de Duitse minister voor cultuur en media ‘ons’ vertalers er nadrukkelijk voor dat we tijdens de coronacrisis door waren blijven werken om de lezers een blik op de wereld buiten hun coronabubbel te blijven bieden. Wij vertalers stootten elkaar aan. Hoorden we dat goed? Zoveel eer? Ja, jeetje. Zo keken we er zelf niet altijd naar als we een deadline aan het halen waren.

Verder is mij deze week in gesprekken met collega’s uit onder meer Oezbekistan, Slovenië en Mexico duidelijk geworden hoe levendig de boekhandels- en vertaalcultuur in Nederland zijn. Zoveel boeken om uit te kiezen, in zoveel boekhandels en bibliotheken. Zoveel opdrachten voor vertalers, zulke geweldige stimuleringsprogramma’s. Lichtelijk onnozel dat ik er nooit eerder serieus bij had stilgestaan hoe bijzonder het allemaal is.

Ik heb het mooiste beroep van de wereld, dat is mij deze week eens te meer duidelijk geworden, en het is een voorrecht het in Nederland te kunnen uitoefenen. Maar ik heb ook geleerd dat ik me zo nu en dan toch even van mijn boeken moet losrukken. De beurs van Leipzig is eind maart, heb ik me laten vertellen. Ik zal eens kijken of ze daar ook een vertalersprogramma hebben.


Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.