Boeket voor een onbekende

Ik denk dat het haar fleecejack was dat mijn eerste belangstelling wekte. De plastic boodschappentas die ze naast haar stoel liet ploffen. De neutrale, afwachtende blik waarmee ze ons aankeek. Ze was de achtste of de tiende spreker op ons programma, er was al de nodige pretentie en behaagzucht gepasseerd, ik had al aardig dromerig uit het raam zitten staren. Nu ging ik iets rechterop in mijn stoel zitten. Wie was deze schrijfster?

Het was in een landhuis bij Berlijn met wijds uitzicht over de Wannsee, waar ik met twintig, vijfentwintig andere vertalers was uitgenodigd om naar lezingen en schrijversinterviews te komen luisteren en in gesprek te gaan over ons werk. Over hoe het stond met de export van de Duitse literatuur in de vele talen die de wereld rijk is.

Veel van de interviews en lezingen die week ben ik alweer vergeten, maar dit optreden staat me nog helder voor de geest. Annett Gröschner, want zo heette de schrijfster in het fleecejack, deed niet interessant, ze was het. Ze jongleerde niet met intellectuele begrippen, ze vertelde hoe ze haar best had gedaan om de aandacht van de lezer vast te houden. En hoe moeilijk het was geweest om haar verhaal op papier te krijgen. Ze zette geen stem of stemmetje op bij het voorlezen, ze las voor. Gewoon als zichzelf, even nuchter als de verteller in haar boek.

Voor het eerst die week zat ik ademloos te luisteren.

En nu zijn we een jaar verder, en is mijn vertaling verschenen van dat boek dat me toen zo greep. Op de vrije momenten in het lezingen- en debatprogramma die week trok ik me ermee terug in stille hoeken van het landhuis, en toen mijn trein Nederland weer in reed, had ik het uit en ging ik op zoek naar de uitgever die de Nederlands vertaalrechten had gekocht. Roetsj, roetsj. Zo snel ging het allemaal. Voor ik het wist had ik een contract getekend, en kon ik met dat prachtboek aan de slag.

En toen begon een zoektocht. Want hoe vertaal je een boek waar je roetsj roetsj doorheen jaagt? Letter voor letter, en vervolgens woord na woord wegstrepend en synoniem na synoniem wegend. Hoe klinkt een gedesillusioneerde bloemiste die halverwege de Tweede Wereldoorlog in een half platgebombardeerd Maagdenburg voor de zoveelste keer zwanger is van een klaploper van een kerel? Hoe klinken ontgoochelde arbeiders in een staalfabriek in een naoorlogse communistische Heilstaat?

Boeket voor een onbekende heet het boek in de vorm waarin het nu in de Nederlandse winkels ligt. Schwebende Lasten in het Duits. Eigenlijk Zwevende lasten natuurlijk, maar zou zo’n stemmige titel de Nederlandse lezers aanspreken? Ik suggereerde de uitgever dat we er misschien een draai aan konden geven, en die had daar wel oren naar.

Waar de Duitse titel het thema van het boek samenvat – de trauma’s die hoofdpersoon Hanna haar leven lang met zich meetorst –, verwijst de Nederlandse titel naar een sleutelscène, waarin een onbekende man kort voor uitbreken van WOII een groots, artistiek boeket bestelt in Hanna’s bloemenzaak. Ze maakt er een waar kunstwerk van, maar de man komt zijn bestelling nooit ophalen. Wie was hij? Waarom bestelde hij zo’n bijzonder boeket? En waarom kwam hij nooit terug? Hanna blijft het zich haar leven lang afvragen.

Kort na verschijnen van de vertaling ging op een bedrijventerrein bij Amsterdam een boekengroothandel in vlammen op. ‘Daar lag ons boek toch niet?’ mailde Gröschner me ongerust, toen ze erover had gelezen in haar lokale krant. Nederlandse media hadden amper aandacht voor het voorval gehad, de Duitse kennelijk wel. Geven de Duitsers meer om boeken? Ik kon Gröschner “geruststellen”: het was een groothandel in kunstboeken, meegesleurd in de ondergang van een stalling voor elektrische scooters in hetzelfde pand.

De kunstboekenhandelaar was te geëmotioneerd geweest om de media te woord te staan, las ik op de website van Boekblad. Ja, moet je voorstellen. Ga je kunstboeken verkopen omdat je daar zo verslingerd aan bent, begint je handel een beetje te lopen, vat er een scooter-accu bij de buren vlam. Ik zal niet uitspellen hoe Boeket voor een onbekende afloopt, maar de gelijkenissen zijn treffend.

Een boek over vlammenzeeën in Maagdenburg, hart van de nazi-wapenindustrie, dat in vertaling in rook op zou gaan. Het was een interessante parallel geweest. Gelukkig lag “ons boek” veilig in het centraal boekhuis in Culemborg, en was het al in flinke stapels over de boekhandels in Nederland verdeeld, met dat prachtige omslag dat het had gekregen en die titel die de nieuwsgierigheid van zoveel Nederlandse lezers zou gaan wekken. Toch?

Ja, hoe ging het met “ons boek”? Het had nog niet echt aandacht gehad, moest ik Gröschner bekennen. Waarbij ik me als gewetensvol vertaler direct afvroeg of het aan die titel kon liggen. Had ik daar wel lang genoeg over nagedacht? En over al die andere discutabele manieren waarop ik me het boek had toegeëigend? Want “ons boek”? Het was toch gewoon Gröschners meesterwerk?

Ik ben daar wel vaker verbaasd over. Hoe je maandenlang met een boekvertaling bezig kunt zijn, hoe je iedere zin drie keer afbreekt, omdraait en weer opbouwt – en je tot slot beduusd afvraagt wat je is overkomen. Wat je allemaal hebt uitgespookt, en hoe weloverwogen je nu eigenlijk gehandeld hebt. Je komt uit een attractie die tien keer over de kop is gegaan, je staat wiebelig op je benen en knippert met je ogen.

Juist ja. Boeket voor een onbekende heet het dus, het is nu een paar weken uit. Ik kan niet laten bij de start van elke werkdag even te googelen naar recensies en lezersreacties, maar tot dusverre is het akelig stil – op een lovend signalement in de VPRO-gids na. Wanneer worden de recensenten wakker? En de lezers?

Wanneer wordt dit schitterende boeket opgehaald?


Boeket voor een onbekende van Annett Gröschner verscheen bij uitgeverij Cossee, is verkrijgbaar bij uw lokale boekwinkel, en natuurlijk eenvoudig online te bestellen.

[Afbeelding via Hippopx.com]