Vertalen uit dweepzucht

Niet lang geleden vertaalde ik een boek over autisme. Over hoe die aandoening “werkt”, wat er anders is in het hoofd van iemand met autisme en hoe je je daarin kunt proberen te verplaatsen. Een mooi boek, geen wereldliteratuur. Voor een ambitieuze vertaler: een welkom tussendoortje.

Ik kreeg, zoals dat gaat, een stapeltje presentexemplaren van de uitgeverij. Eentje zette ik in de kast en de rest deelde ik uit aan vrienden en bekenden. En ik schreef een blogje, natuurlijk, over hoe ik hoopte dat het boek een succes zou worden.

Gisteren kwam een kennis met tranen in haar ogen vertellen wat voor geweldig boek het was. Dat ze er zo veel aan had gehad en dat ze haar zoon, die autistisch is, nu beter begreep. Dat er puzzelstukjes op hun plaats waren gevallen. Terwijl ik dit tik, schieten ook mij de tranen in de ogen. Ja. Ik ken haar zoon een beetje. Zo’n fantastisch jochie, en zo moeilijk om contact mee te maken.

Er zijn veel uitstekende redenen om vertaler te worden. Een daarvan was voor mij, denk ik, dat ik een dweper ben. Ik smijt graag zo nu en dan een boek op tafel, brullend dat het geweldig is en dat de hele wereld het moet lezen. Nu! Morgen! Gisteren! Schrik niet, schrik niet, ik doe voorzichtig met boeken en ik brul in stilte. Maar zo voelt het als ik een Ontzagwekkend Goed Boek uit heb. Als smijten en brullen. En dan wil ik nu, morgen, gisteren beginnen met vertalen.

Soms ontdek je dan dat het meesterwerk dat je net hebt ontdekt al jaren geleden vertaald is, of dat een “concullega” de vertaling net heeft ingeleverd bij de uitgeverij. Soms moet je na lang leuren concluderen dat er in Nederland écht geen markt is voor die cultheld van jou die ook in Duitsland nog moet doorbreken. Of, en dat misschien nog wel het vaakst, dat uitgevers betrekkelijk weinig belangstelling hebben voor het gedweep van een onbekende vertaler.

Om vertalers aan het werk te houden tijdens de coronacris, heeft het Letterenfonds een subsidieregeling opgetuigd voor het maken van fragmentvertalingen. Steun voor armlastige, dweepzieke vertalers als ik dus. Subsidie om uitgevers en tijdschriftredacties te overtuigen dat dat pareltje dat jij ontdekt hebt écht moet worden uitgegeven. Zodra ik van de regeling hoorde, heb ik een aanvraag ingediend – en de subsidie toegekend gekregen. Jeuh!

De komende tijd kan ik aan de slag om het werk van een van mijn helden aan de man te brengen. Matthias Nawrat, onthoud die naam. Ik heb behoorlijk met zijn laatste boek, Der traurige Gast, op tafel zitten slaan toen ik dat voor het eerst las en er flink bij staan brullen dat iedereen het moest lezen. Nu! Morgen! Gisteren!

Stel je voor, dat er eerst een uitgever hapt, en dat er dan een tijdje later een ontroerde lezer voor de deur staat. Dan mag je al mijn blogjes over de penibele financiële situatie van vertalers vergeten.


Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.