Weblog

Het leed dat oorlog brengt

Hij groeit op in armoede, als onwettig kind van een dienstmeid. De slimste jongen uit de streek is hij, een veelbelovende knaap. Maar kort voor hij eindexamen zal doen, wordt hij onder de wapens geroepen en voor Hitler naar het oostfront gestuurd. Hij keert terug met een houten been en een trauma en zal de rest van zijn leven zwijgen over zijn ervaringen aan het front. Hij trekt zich terug tussen zijn boeken.

In Waar vader was schetst Monika Helfer (1947) een portret van haar vader, een zachtmoedige, maar onbereikbare man. Na de oorlog, kort voor haar geboorte, is hij beheerder is geworden van een herstellingsoord voor oorlogsslachtoffers. Hij doet zijn best als kostwinner, echtgenoot en vader, maar zijn trauma laat zich niet verdringen. Zijn gezin spat uiteen en aan de droomjeugd van de kleine Monika en haar zusjes komt een bruut einde.

Tientallen boeken, toneelstukken en hoorspelen schreef Monika Helfer voor ze zich aan haar eigen familiegeschiedenis zou wagen. Misschien moest ze moed verzamelen, misschien moest ze de toon nog vinden om haar verhaal recht te doen.

Thuis in Oostenrijk werd Helfer haar hele carrière al gewaardeerd, maar echt doorbreken deed ze pas toen ze de zeventig gepasseerd was. Toen in 2020 haar eerste familieboek goed begon te lopen, kocht Nieuw Amsterdam de vertaalrechten. Ik was de gelukkige vertaler die met De bagage aan de slag mocht – en die nog gelukkiger werd toen alle lovende recensies verschenen en het boek een derde druk haalde.

Deze week verscheen Waar vader was, waarin Helfer voortschrijft aan het verhaal uit De bagage. In Duitsland en Oostenrijk was het een groot succes, zowel in de pers als bij de jury’s en in de boekhandels. Maar wat dat zegt over de kansen in Nederland? Hoeveel buitenlandse succesboeken zijn er hier al niet geflopt? Hoeveel “tweede boeken” vallen er niet tussen de bureaus op de krantenredacties? Het boekenaanbod is zo overweldigend, het koor van nieuwe, veelbelovende stemmen is zo groot.

Het was een eer om na De bagage ook Waar vader was te mogen vertalen, dit boek waar Monika Helfer haar hele leven naartoe moet hebben geschreven. Of het een bestseller wordt, kan me niet veel schelen. Als het maar niet onopgemerkt blijft. Geeft u het alstublieft een mooie plek in uw winkel, beste boekhandelaar. Als eerbetoon aan het schrijverschap van Monika Helfer en als herinnering aan de wereld: zo groot is het leed dat oorlog brengt.


Geschreven voor Boekblad.nl. Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief, of volg me op Twitter of LinkedIn.

Recensie: Iris Wolff

Voor literaire website Tzum recenseerde ik De onscherpte van de wereld, de vierde roman van de Roemeens-Duitse Iris Wolff. Een verhaal over een Duitse familie in Roemenië ten tijde van ten tijde van het bewind van Ceaușescu. Wolff heeft absoluut talent, maar toch was ik niet van het boek onder de indruk.

Lees de recensie hier.

De uitgevers belden niet

Christianne Stotijn, foto: christiannestotijn.com

Lang, lang geleden vertaalde ik voor de opera in Brussel het libretto van de Gurrelieder, een opera van Arnold Schönberg. Ik kon de opvoering niet bijwonen, maar kreeg een liefdevol uitgegeven, drietalig libretto thuisgestuurd. Ik gaf het een ereplaats in mijn boekenkast en vermeldde de klus prominent op mijn website. Ik was beginnend vertaler en apetrots op mijn werk.

Vijf jaar later kreeg ik een mail. Een gelegenheidsensemble ging delen van de Gurrelieder ten gehore brengen en wilde een programmaboekje maken. Er was helaas geen geld, maar mocht ik genegen zijn om delen uit mijn vertaling… U begrijpt het al. Het was in de kille Halbe Zijlstra-jaren. De cultuursector was hard geraakt en ik had al eens goed betaald gekregen voor mijn werk, dus ik mailde terug: als ik twee vrijkaartjes kreeg, mochten ze mijn vertaling gebruiken.

Ik denk nog vaak terug aan dit concert, waar helemaal geen kaartjes voor bleken te bestaan. Enigszins verbouwereerd was ik wel, toen ik in de gaten kreeg dat het publiek zó naar binnen kon lopen. Maar dat was vergeven en vergeten zodra het zaallicht uitging. Reinbert de Leeuw stond op de bok en Christianne Stotijn zong de sterren van de hemel. Ademloos genietend zat ik in het publiek. En trots, opnieuw. Er hadden zich vast niet veel mensen in mijn vertaling verdiept, maar toch: aan deze indrukwekkende gebeurtenis, dit culturele hoogtepunt, had ík een steentje bijgedragen.

Misschien hadden de uitgevers geen zin in een Pools-Duitse auteur met een snor?

Afgelopen jaar stelde het Nederlands Letterenfonds een regeling open om vertalers aan het werk te houden tijdens de coronacrisis. Wie een onontdekt meesterwerk kende dat een Nederlands publiek verdiende, kon subsidie krijgen om een fragmentvertaling te maken en die aan uitgevers voor te leggen. Zodra ik van de regeling hoorde, diende ik een voorstel in. Mijn onontdekte parel: Der traurige Gast van Matthias Nawrat, een roman over emigratie, de grote stad en het nieuwe Europa. Toen ik hem voor het eerst las, zat ik al te fantaseren: als ik dít nou eens kon gaan vertalen…

Ik kreeg de subsidie toegekend (taart in huize Aarnout), maakte een proefvertaling, schreef er een bevlogen leesrapport bij en begon uitgevers te mailen, in de stellige overtuiging dat ze me gauw zouden bellen. Maar nee, de uitgevers belden niet. Misschien waren ze al platgemaild met fragmentvertalingen? Misschien hadden ze geen zin in een Pools-Duitse auteur met een snor? Of misschien… Nee, aan mijn fragmentvertaling kon het natuurlijk niet liggen.

Vorige week heb ik mijn vertaling en mijn leesrapport maar op mijn website gezet, met wat citaten uit de lovende Duitse recensies erbij. Terwijl ik zat te tikken en te klikken, dacht ik terug aan dat concert met Reinbert de Leeuw en Christianne Stotijn. Aan die vrijkaartjes voor dat gratis concert, die misschien wel de mooiste beloning uit mijn vertaalcarrière waren. Wie weet, dacht ik, wat voor verrassend mailtje ik in 2030 krijg over Der traurige Gast. Aan het boek zal het niet liggen, dat is tegen die tijd ook nog wel een klassieker.


Geschreven voor Boekblad.nl. Benieuwd naar Der traurige Gast van Matthias Nawrat? Lees nu mijn proefvertaling en leesrapport. Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief, of volg me op Twitter of LinkedIn.

Der traurige Gast, Matthias Nawrat

Wanneer ben je ergens thuis? Hoeveel vervreemding kan een mens verdragen? Die vragen staan centraal in Der Traurige Gast (Rowohlt, 2019) van de Pools-Duitse schrijver Matthias Nawrat. Een moderne klassieker over emigratie, de grote stad en het nieuwe Europa.

Met steun van het Nederlands Letterenfonds vertaalde ik enkele fragmenten uit deze roman en schreef er een leesrapport bij.

De vertaalrechten van deze lovend onthaalde en met de European Literature Prize bekroonde roman zijn nog beschikbaar. Als u belangstelling heeft, kunt u contact opnemen met het ILB.

Enkele persstemmen over Der traurige Gast:

“Ein Roman von großer literarischer Kraft und philosophischer Tiefe … zutiefst beeindruckend.” – FAZ

“Ein großes Buch.” – Welt am Sonntag

“Ein literarisches Glanzstück.” – Deutschlandfunk Kultur

Lees ook de blogpost ‘Vertalen uit dweepzucht‘, die ik schreef toen ik hoorde dat ik deze fragmentvertaling kon maken.

Recensie: Natascha Wodin

Voor literaire website Tzum recenseerde ik de aangrijpende roman  Ergens in dit duister van de Oekraïens-Duitse Natascha Wodin (1945). Wodin groeide op als dochter van voormalige dwangarbeiders in Duitsland. Als een van de eerste literaire auteurs beschrijft ze het lot van de miljoenen werkslaven in WO II.

Lees de recensie hier.

Mijn goede voornemen: onderhandelen

Op een woensdagmiddag dat ik het goed met mezelf voorhad, deed ik het gewoon. In een impuls. Ik had er eigenlijk het geld niet voor, maar de zon scheen, het belletje van de winkel tingelde vrolijk en ik zag meteen bij binnenkomst al allemaal belangrijke en begerenswaardige boeken staan.

Uit concurrentieoverwegingen ga ik niet zeggen hoeveel ik heb uitgegeven. Gewoon: het complete bedrag aan thuiskopiegelden, reprorechtvergoedingen en leenrechtgelden dat de Stiching Lira mij eerder die week had overgemaakt. Of nou ja, een of twee tientjes meer misschien.

Een ander krijgt rond deze tijd een kerstpakket van zijn baas, dacht ik toen ik met mijn stapeltje boeken naar buiten stapte. Ik had het afgelopen jaar minder verdiend dan het minimumloon, maar als zzp’er moest je jezelf af en toe verwennen. Toch? En was een investering in de boekhandel niet ook een soort pensioenpremie als je in het boekenvak werkte?

Ik probeer mezelf hier geen schouderklopjes te geven hoor, ik ken genoeg collega’s die veel verder gaan in hun toewijding aan de goede zaak dan ik. Die veel meer van hun tijd, hun gezondheid en hun geld in hun werk steken. Ik bewonder hun inzet en ben er op een rare manier zelfs jaloers op. Maar ik zie het ook hoofdschuddend aan.

De onbaatzuchtigheid van veel vertalers is mooi en nobel. Maar hoe houdbaar is een systeem dat zichzelf met broekzak-vestzakfinanciering en zelfopoffering in de lucht houdt? Een kerstgratificatie uit eigen zak is tot daar aan toe. Maar nooit vakantie? Structureel overwerken achter een bureau dat een arboarts direct zou afkeuren? Jaar in jaar uit werken tegen hetzelfde tarief? Zonder meerprijs een vertaling omgooien, als je uitgever ontdekt dat hij je de verkeerde versie van een manuscript heeft toegestuurd?

Niet lang nadat ik was thuisgekomen met mijn zelfgekochte kerstpakket, bereikte mij het bericht dat de Auteursbond en de verzamelde literaire uitgevers een nieuw minimumtarief voor vertalingen waren overeengekomen. Per 1 januari 2022 krijg ik, uitgaande van een modelcontract, niet langer 6,8 maar 7,0 cent per woord. Bij een kloeke roman, zeg: drie à vier maanden fulltime werk, levert me dat zomaar honderdvijftig euro extra op. Hatsiekiedee!

Nee, laat ik niet cynisch doen. Ik was blij met het nieuws en ik ben de onderhandelaars van de Auteursbond dankbaar voor hun werk. Die opslag van 0,2 cent is ook niet de enige verbetering in het modelcontract. En toch zonk de moed me in de schoenen. Dat was dus het wenkend perspectief voor het komende jaar, bij oplopende inflatie en alle verhalen over overwerkte collega’s: er niet al te veel op achteruit gaan.

Vertalen is het heerlijkste beroep dat er is en ik wil niet te vaak piepen over de ondermaatse betaling, want daar word ik maar chagrijnig van. Ik red me wel. Mijn vrouw heeft een vaste baan en we wonen toevallig voordelig. Maar voor de vertaalbranche en de rest van het boekenvak is die zelfopoffering op den duur niet houdbaar.

Mijn goede voornemen voor 2022 is daarom: onderhandelen. Niet meer zomaar tevreden zijn als me een modelcontract wordt aangeboden, maar bij elke gelegenheid duidelijk maken dat de schoorsteen óók van het modelcontract niet kan roken. Ik hoop dat mijn collega-vertalers dat ook (blijven) doen en dat de uitgevers zullen inzien dat we niet alleen voor onszelf meer vragen, altijd weer meer, maar ook voor elkaar en voor de toekomst van het boekenvak. Want daar doen we het immers allemaal voor.


Geschreven voor Boekblad.nl, foto afkomstig van pxfuel.com. Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief, of volg me op Twitter of LinkedIn.

Puh. Bezoekersstatistieken.

Er ligt een rode ordner op mijn bureau. Een dikke rode ordner. Een vreselijke, angstaanjagende ordner. Ik moet iets met die ordner. Ik moet bonnetjes sorteren en invoeren. Ik moet mijn urenregistratie bijwerken, met terugwerkende kracht sinds april. Ik moet facturen op volgorde zetten en btw-totalen berekenen.

Mijn bloeddruk stijgt en ik krijg het zweet in mijn handen als ik aan die ordner denk, en aan de papieren die erin zitten. Een brief van de belastingdienst uit augustus die ik niet snap. Een “schikkingsvoorstel” van het Legal Department van het ANP. Niks schikking en niks voorstel natuurlijk, het is een boete van vierhonderdvijftig euro voor het ongeautoriseerd gebruik van een auteursrechtelijk beschermde foto. Een lullig voetbalplaatje dat ik van de site van het AD had gehaald om een blogpost mee op te leuken. Vierhonderdvijftig euro. Meer dan 6.500 woorden vertalen tegen modelcontract-tarief.

Mag je een boete opvoeren als bedrijfskosten? Is deze blog een bedrijfsactiviteit, dit “dagboek” over dat werk van mij, dat eigenlijk gewoon een hobby moet heten, als je ziet hoeveel geld het me oplevert? En als dit blog geen bedrijfsactiviteit is, waarom zit ik dan zo vaak naar de bezoekersstatistieken te kijken? Waarom “jatte” ik dan een foto, om mijn berichtje mee op te leuken? Om bezoekers te trekken, toch zeker? En waarom zit ik dan steeds zo te dubben over sexy koppen, sappige tweets en posts, en likes, shares en retweets?

Het is weer december, het is tijd voor mijn administratie en het is tijd voor goede voornemens en nieuwe plannen. Ik heb besloten dat ik vaak genoeg heb geschreven dat je van vertalen niet kunt leven, maar dat het wel het heerlijkste werk is dat er bestaat. En ik heb besloten dat ik me minder druk ga maken over likes, shares en bezoekersstatistieken. Puh, cijfers en tabellen. Alsof die ook maar iets van waarde uitdrukken.

Van de Auteursbond heb ik een beurs gekregen om een jaar lang brieven te schrijven aan Ahmed Aboutaleb, de burgemeester van Rotterdam. Omdat die in zijn vrije tijd poëzie vertaalt en omdat hij een sociaaldemocraat is en alles wat ik over grotestadsromans, de gemengde school van mijn kinderen en het belang van grensoverschrijdende literatuur vast razend interessant vindt. Haha. Ik heb hem nog niet gewaarschuwd, maar ik ga hem komende jaar – als dat coronatechnisch allemaal kan – vanuit Rotterdamse cafés en koffiehuizen brieven zitten schrijven. Heel misschien publiceer ik hier af en toe een fragmentje uit zo’n brief, maar misschien doe ik het ook lekker niet. Puh. Bezoekersstatistieken.


Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.