Met je gender in een hokje

Vult u online enquêtes in? Of uw nieuwe koelkast netjes is afgeleverd? Of uw pizza  lekker was? Hoe uw vakantie u beviel, op een schaal van één tot zeven?

“Invullen duurt hooguit vijf minuten,” lees je vaak in de hengelmails van enquêteurs. Ik heb het een tijdje als een sport gezien om ze dan in tweeënhalve minuut in te vullen. Maar omdat alle minuten tellen als je met je telefoon dreigt te vergroeien, heb ik besloten ze allemaal weg te swipen – tenzij ze het algemeen belang dienen.

Sinds Gormangate krabben het boekenvak en de vertalerij zich op het achterhoofd. Ja, verdraaid, inclusie en diversiteit, daar moeten we wat mee. Maar wat? En hoe?

Die vragen stelt men zich ook bij KVB Boekwerk, het kenniscentrum voor de boekenbranche. Via de Auteursbond ging er een mail rond. Was ik als vertaler genegen mijn ideeën te geven over diversiteit en inclusie in de Nederlandse boekenmarkt? Invullen duurde “ongeveer tien minuten”.

Al zou het een half uur duren, dacht ik, dit was interessante materie. Ik schoof mijn werk aan de kant en opende de vragenlijst. Ik had alle debatten dan wel gevolgd, maar wat vond ik zélf eigenlijk?

Met welk gender identificeerde ik me het meest? Waar waren mijn ouders en mijn grootouders geboren? Met de openingsvragen wist ik wel raad; ik pas probleemloos in een heleboel hokjes. Maar algauw werden de vragen moeilijker. Vond ik het belangrijk dat het werk dat ik vertaalde ging over achtergronden en identiteiten die anders waren dan de mijne? En hoe belangrijk waren de achtergrond en identiteit van de auteur die ik vertaalde?

Steeds weer had ik de neiging “onbelangrijk” in te vullen. Er moesten toch gewoon goeie, urgente en maatschappelijk relevante boeken verschijnen? Identiteiten en achtergronden van auteurs en vertalers deden er toch niet toe? Of was dat te gemakkelijk om te zeggen voor een cisgender, heteroseksuele, witte man van begin veertig? Waar hield ruimdenkendheid op en waar begon desinteresse?

Hoe meer bolletjes ik aanvinkte en rapportcijfers ik uitdeelde, hoe duizeliger en hoe wanhopiger ik werd. Wilde ik lezers met andere identiteiten “bereiken”? Was het boekenaanbod divers genoeg? Mijn antwoorden pasten niet in de vakjes, ik snapte de vragen niet, of vond – en dat nog wel het vaakst – dat ik er gewoon geen mening over kón hebben.

Er verstreken tien minuten, er verstreken twintig minuten en een half uur, en op een gegeven moment stond er ‘Bedankt voor uw deelname’ op mijn scherm, terwijl ik van plan was geweest terug te klikken om mijn antwoorden nog eens rustig door te kijken. Help! Had ik nu heel erg foute dingen gezegd?

Ach, als ik een pizza in een enquête een zes gaf, al of niet doordacht, wist de pizzabakker ook niet wat er mis was met zijn baksels, hield ik mezelf voor. Maar als honderd mensen een zes gaven, wist hij in ieder geval dat hij aan de slag moest met zijn recept. Of met zijn ingrediënten. Of met zijn oven. Of zijn pizza’s sneller moest laten bezorgen. Hoe dan ook: dat het tijd was voor actie.

Wat ik allemaal heb ingevuld? Ik weet het niet meer. Ik weet alleen dat ik mijn best heb gedaan, en dat ik blij ben dat ik de uitkomsten van de enquête niet hoef te analyseren. Laat mij maar lekker vertalen.

Zouden mijn collega’s ook zo hebben zitten worstelen? Ik ben  benieuwd, en kijk uit naar de conclusies. Ik kan me zomaar voorstellen: dat de boekenbranche een ongelofelijk witte en hoogopgeleide bubbel is en dat het hoog tijd is dat daar iets aan verandert.


Foto afkomstig van pxfuel.com. Op de hoogte blijven van mijn blog? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.